Ieder boek is anders maar niet alle boeken zijn bijzonder. ‘Vandaag was ik mezelf liever niet tegengekomen’ van Herta Müller is een uitzonderlijk boek. Wat niet wil zeggen dat het een toegankelijk boek is. Bij de bespreking ervan binnen onze Leeskring viel al bij de verkennende rondvraag naar een algemene indruk van ieder op de sessie aanwezige leden te horen dat sommigen met de lectuur van het boek echt wel moeite hadden ondervonden. Anderen hadden daarentegen vrij snel begrepen dat de mijmeringen van een moedeloze vrouw in een tram op weg naar een zoveelste verhoor, geen verhaal was om in één ruk door te lezen. Om er de kwaliteiten van te onderkennen en aan de lectuur genoegdoening over te houden, is het herlezen van de inleiding en van bepaalde passages beslist een aanrader. Zo is achteraf uit een alweer boeiende gedachtewisseling naar voren gekomen.

Alvorens met het boek te beginnen is het nuttig om wat meer te weten over de leef-en denkwereld van de thans 66-jarige auteur die afkomstig is van en opgroeide in het Duitstalig Bonat-gebied in Roemenië ten tijde van Ceausescu. Herta Müller studeerde Duitse en Roemeense literatuur aan de universiteit van Timisoara en behoorde daar tot een activistisch groepje jonge schrijvers dat opkwam voor vrije meningsuiting. Wat volstond om in aanvaring te komen met het regime en van nabij gevolgd te worden door de Securitate.

Müller’s debuut als schrijfster dateert van 1982 en was meteen een aanklacht tegen intolerantie, verdrukking en corruptie. Het boek ontsnapte niet aan de censuur en toen twee jaar later met ‘Drückender Tango’ haar tweede boek ongecensureerd werd uitgegeven was zij verplicht uit te wijken naar Duitsland waar sindsdien haar vrij omvangrijk oeuvre – romans, verhalen, essays en zelfs een dichtbundel - is uitgegeven. Een deel ervan is vertaald in het Nederlands. ‘Vandaag was ik mezelf liever niet tegengekomen’ zelfs tweemaal, een eerste keer in 1999 en vervolgens tien jaar later naar aanleiding van de toekenning van de Nobelprijs voor Literatuur.

De inhoud van het boek werd door een van de kringleden kernachtig samengevat in twee woorden: grauw en gruwelijk. Niemand heeft die lapidair verwoorde mening tegengesproken, maar iedereen was het ermee eens dat het boek niet leest als een samenhangend verhaal. Het is eerder een originele bundeling van scenes uit het leven van een vrouw twee uur met de tram on derweg naar een zoveelste verhoor. In flash backs, de ene al wat korter of langer dan de andere, wordt het de lezer duidelijk welke gebeurtenissen en ervaringen het leven van de vrouw hebben gemaakt tot wat het is: hopeloos triest. Het gaat hierbij vooral om relaties. Om te beginnen met haar wat afwezige moeder en, eerder raadselachtig, met haar vader. Schuilt hierin een verwijzing naar de vader van de auteur die tijdens de tweede wereldoorlog was ingelijfd bij de Duitse SS?

Duidelijker is wat zich allemaal heeft afgespeeld tijdens haar mislukte huwelijk met de zoon van een met zichzelf ingenomen partijman, de ‘parfum-communist’ genaamd. In dit wat langere verhaal is er soms plaats voor ironie, wat humor met een zwart randje zoals in de beschrijving van een oudejaarsavond in familiekring. Totaal anders is de gruwelijke verwoording in het zeer gedetailleerde relaas van de dood van een vriendin met een dubbelleven.

En dan is er, als een losse draad doorheen andere herinneringen, de relatie met Paul, haar tweede man die met drank en een duister handeltje – antennes ineen knutselen en plaatsen waarmee uitzendingen kunnen gecapteerd worden van televisiestations in buurlanden. Wat de lezer dan in de woonbuurt brengt waar van iedereen verwacht wordt de andere in het oog te houden. Tragikomisch bij momenten. Andere mannen in het troosteloze leven de vrouw zijn haar gluiperige chef in de op export gerichte confectiefabriek waar zij werkt, en de pesterige machtswellusteling in de verhoorder bij wie zij zich telkens opnieuw dient te melden.

Al bij al is ‘Vandaag was ik mezelf liever niet tegengekomen’ een deprimerend boek. Het wonder van onze Leeskring is  dan ook dat aan het eind van de sessie bij het voorlezen van een individueel gekozen voorkeurpassage, toch weer veel van het beste uit dat boek naar bovenkomt. Samen vormen die puzzelstukken telkens opnieuw een mozaïek die de auteur recht laten wedervaren. Dat is zo voor romanciers en romancières en dat is niet anders voor literatoren die een Nobelprijs waardig zijn bevonden.