De sessies van onze Leeskring volgen elkaar planmatig op maar het verloop ervan blijft onvoorspelbaar. Geen treffender bewijs dan de eerste twee van 2018 met een recente graphic novel en een bestseller uit 1932. Kwam het bij de bespreking van ‘Mikel’, de strip met ambitie van Judith van Istendael en ene Mark Belido, tot botsende meningen, voor ‘Radetskymars’ van Joseph Roth was er een roerende eensgezindheid om het boek een plaats te gunnen in de wereldliteratuur.

Een kleine minderheid bleek het met de lectuur van laatstgenoemd boek aanvankelijk een beetje moeilijk gehad te hebben, maar dat was dan het gevolg van een speling in het uitleenproces binnen de Nederlandstalige Brusselse bibliotheken. Van ‘Radetskymars’ zijn namelijk twee versies in omloop: de oudste in een nogal rigide vertaling, de recentere in een geslaagde hertaling van de vorige. Iets voor kandidaat lezers om rekening mee te houden.

De auteur van het boek is een uit Brody in de oostelijke uithoek van het toenmalig Oostenrijks-Hongaars Keizerrijk – ‘het Siberië van het Habsburgse Rijk’, thans in Oekraïene gelegen – journalist en romancier van Oostenrijks Joodse afkomst die in 1939 op 45-jarige leeftijd in Parijs overleed na een turbulent leven dat een dramatische wending nam nadat hij in Nazi Duitsland persona non grata was geworden. Hij leefde en werkte toen zonder vast verblijf in hotels in Nederland, Frankrijk en ook in België, meer bepaald in Oostende. Opgestapelde schulden en een alcoholverslaving werden hem fataal.

Tegen de historische achtergrond van een in het ‘fin de siècle’-klimaat tanende keizerrijk vertelt Roth ons op onnavolgbare wijze het verhaal van drie generaties in de van afkomst Sloveense boerenfamilie. De saga vangt aan wanneer de dienstplichtige jonge cavalerist Joseph Trotta tijdens de slag om Solferino eerder toevallig het leven redt van een wat overmoedige jonge keizer Franz Joseph. Voor zijn ‘daad van moed en zelfopoffering’ (zelf kwam hij ervan af met een kogel in het sleutelbeen) wordt hij beloond met een erfelijke barontitel waarmee zijn zoon Franz als gezagsgetrouwe ambtenaar kan opklimmen tot districtsoverste. Kleinzoon Carl Joseph moet dan maar carrière maken in het leger maar de eerder dromerige jonge man kan in het plastisch beschreven soldatenleven niet aarden. Hij klimt wel op in rang, maar mislukt en zoekt vertier in drank en gokken. Uiteindelijk laat de auteur zijn tragische held sterven in de onwezenlijke eerste schermutselingen van de Eerste Wereld Oorlog. Zijn vader overlijdt twee jaar later rond hetzelfde tijdstip als de Keizer. Wij zijn dan in 1916.

Benevens de merkwaardige audiënties die de von Trotta’s in Wenen bij de Keizer weten te versieren, gebeurt er in de verre uithoek van diens uitgestrekte Rijk niet zoveel bijzonders, maar wat het boek bijzonder maakt zijn de mensen die erin geportretteerd worden door een auteur die een verfijnde schrijfstijl hanteert, met inzicht in hun wezen de karakters schetst van zijn personages en als toemaatje de figuranten (hogere officieren zowel als gewone soldaten, maar ook mondaine dames)   op een herkenbare manier weet te typeren.

Nooit eerder was het gebruikelijke rondje ‘algemene indruk’ zo unisono en dus kort als voor ‘Radetskymars’ van Joseph Roth: een uitstekende roman die  blijvende aandacht verdient. Niemand had ook maar enige moeite om uit het vrij omvangrijk boekwerk haar of zijn voorleespassage op te diepen. De verscheidenheid ervan illustreerde tevens de veelzijdigheid van een schrijverstalent dat sinds de jaren dertig van de vorige eeuw generaties lezers zal blijven boeien. Letterkunde met hoofdletter.