auteur: Frans Vervliet, begeleider schrijfatelier in de bib van Ukkel

 

Er was eens een auto die A. Brom heette. Meneer Brom was een keurig nette auto op leeftijd en hij hield zielsveel van tochtjes maken. Soepel bolde hij van her naar der en stopte af en toe om iets te drinken bij het benzinestation van mevrouw B. Pomp.

Ook vandaag was meneer Brom weer lustig onderweg door berg en dal. Hij sloeg linksaf een weggetje in dat loom tussen de maïsvelden slingerde. Het toeval wilde dat juffrouw V. Brom daar ook verwijlde en sierlijke bochten trok door de lucht. Want juffrouw V. Brom was een bromvlieg met mooi krullende sprieten en bekoorlijke vleugels.

Meneer Brom kreeg haar in het oog en riep beleefd: “Aangename kennismaking. Met wie heb ik de eer, beste mevrouw?”. Zijn diepe basstem zinderde door de lucht en bracht de vleugels van juffrouw V. Brom hevig in beroering. Het was liefde op het eerste gezicht!

“Ik?” zoemde ze verward en bloosde diep. Hoe hoffelijk was die bollige meneer! “Ik ben juffrouw V. Brom, om u te dienen.”

“Hoe toevallig! Ik heet namelijk ook Brom! Geen familie overigens mag ik wel stellen. Meneer A. Brom, om u te dienen.” bulderde meneer Brom verrukt en zijn geronk buitelde vrolijk over de velden. Hij bewonderde haar salto’s en hoe bevallig waren toch haar sprieten en hoe diep blonken haar vleugels.

Ze waren voor elkaar geschapen, zoveel was duidelijk. Pijlsnel reden en vlogen ze op mekaar af als door magneten aangetrokken, klaar voor een innige omhelzing. Meneer Brom stormde als een jonge hond op haar af en juffrouw Brom tuitte haar lippen om hem teder op zijn spatbord te zoenen. Het speldeprikje waar hij op geleken had zwol zienderogen aan. Een oogwenk later vulde hij haar hele gezichtsveld en torende plots hoog boven haar uit. Juffrouw Brom huiverde angstig.

“Niet zo heftig! Zachtjes! Ik ben maar een teer vliegje, beste heer, neem me niet kwalijk!” kirde ze schril. Maar er was geen houden meer aan. Meneer Brom gromde hartstochtelijk en zette nog een tandje bij. Juffrouw Brom wendde zich verschrikt af en spatte jammerlijk uiteen tegen het glazig oog van meneer Brom …

Waar was ze plotseling gebleven? Meneer Brom bespeurde nergens meer die gracieuze juffrouw Brom wiens vlucht hij zo had bewonderd. In grote wanhoop zocht hij links en rechts, boven en onder en weer links en rechts. Hij hoopte vurig dat hij haar niet ongewild voor het hoofd had gestoten. Verdrietig wiste hij een stofje uit z’n oog.

Nogmaals wilde het toeval dat daar een rijzige treurwilg langs de kant van de weg stond. Het was mevrouw T. Wilg die al jarenlang op de grote liefde van haar leven wachtte en haast bezweek onder haar smachtend verlangen. Omdat er een bocht in de weg was, had ze het tragisch voorval niet zien gebeuren. Ze was blij verrast toen meneer Brom geheel over zijn toeren opdook. Met jankende motor stoof hij kriskras over de weg, vruchteloos zoekend naar zijn hartedroom.

“Eindelijk!” zuchtte mevrouw Wilg in de hoop dat haar hart deze keer niet gebroken zou worden. Ze wuifde verleidelijk met haar takken en ritselde wuft met haar blaadjes. En ja hoor, die koene ridder stevende recht op haar af! Zelfs wat al te voortvarend, bij nader inzien.

“Niet te wild asjeblief!” ruiste mevrouw Wilg beverig. Maar die arme meneer Brom was door het dolle heen. Hij hoorde alleen het suizen van de wind en het bonken van zijn motor terwijl hij gejaagd de lucht afspeurde.

“Ik bid je, stop!” Mevrouw Wilg probeerde hem te ontwijken maar haar wortels zaten klem in de grond. “We kennen mekaar amper! We hebben alle tijd, de eeuwigheid ligt voor ons open.”

Meneer Brom werd zich plots van het nakend gevaar bewust. Hij toeterde uit alle macht, maar die stomme boom bleef stoïcijns staan. Krampachtig rukte hij zijn stuur opzij. Snerpend slipte hij door het malse gras en beukte in volle vaart tegen mevrouw Wilg. Zijn hoofd barstte en zijn wielen tolden in het ijle.

Dit had mevrouw Wilg niet verwacht. Zo’n overrompelende gretigheid! Ze voelde zich helemaal ontredderd en zwijmelde met haar takken. Het was te veel ineens. Kreunend brak haar stam doormidden. Ze plofte zwaar neer op meneer Brom. Zijn motor reutelde en stokte. Een ijzige stilte streek neer over de geschrokken velden.

Mevrouw Wilg staarde moedeloos in het stalen gebinte. De liefde was niet wat ze er zich van had voorgesteld. Maar de warme dampen uit de motor van meneer Brom deden haar schors smelten en vertederd vleide ze haar takken over hem heen.

Mettertijd vergeelden de blaadjes van mevrouw Wilg en vielen als liefdevolle tranen op meneer Brom. Zo, innig verstrengeld, gleden ze zachtjes de eeuwigheid in.

PS: vele soorten tekst komen aan bod in het schrijfatelier dat maandelijks doorgaat in de bib van Ukkel. Als je zin hebt, neem contact en kom gerust eens af.

______________________